De 5 kenmerken van succesvolle leiders

Leestijd: 8 minuten.

Als manager ben je de leider van een team of zelfs een hele divisie. Vanzelfsprekend is het belangrijk om als manager dan ook leiderschap te tonen. Het tonen van leiderschap is vaak echter net wat abstracter dan soms gedacht wordt.

Een goede leider commandeert zijn of haar ondergeschikte niet om iets te doen, maar stuurt ze op de juiste manier aan.

Soms met zachte hand, soms met een ijzeren hand. Het is aan de leider om te doorzien welke aanpak op welk moment vereist is. Bekijk hieronder vijf cruciale tips voor managers.

1. Praat altijd met je medewerkers

Een manager moet precies weten wat er speelt onder medewerkers, maar vooral ook tussen medewerkers. Hoe liggen de verhoudingen, zijn er personen die slecht overweg met elkaar kunnen en zijn er personen die juist perfect samen kunnen werken?

Dit is ontzettend kostbare informatie waar veel mee te winnen valt:

Weet je hoe de balans binnen een team ligt, dan kun je hierop inspelen met beslissingen. Een manager toont zich een echte leider door precies de juiste keuzes te maken. Een leider die onlogische keuzes maakt, omdat hij of zij niet goed weet wat er speelt, verliest geloofwaardigheid binnen het team.

2. Wees soms lui

Hè wat? Lui?

Ja, wees op de juiste gebieden lui.

Een leider doet niet het werk dat eigenlijk gedaan moet worden door medewerkers. Door mee te werken met klusjes die voor de teamleden zijn win je in eerste instantie goodwill, maar gooi je ook je eigen glazen in. Je verspilt namelijk tijd aan zaken die eigenlijk niet bij je takenpakket horen.

Dit leidt altijd tot minder tijd voor de zaken die ertoe doen!

Een goede leider houdt zich bezig met leiderschap. Dat betekent het proces in goede banen leiden, informatie vergaren en verwerken, en vervolgens de juiste vervolgkeuzes maken.

Een manager weet wat er speelt, maar beperkt zich in eigen werkzaamheden tot de hoofdlijnen om de focus te houden op het leiden en sturen.

3. Hou gepaste afstand van je teamleden

Een goede manager is geliefd bij het team, maar staat tegelijkertijd boven het team. Vrienden worden met teamleden past hier in de meeste gevallen niet bij. Een leider moet altijd een zekere autoriteit hebben.

Zonder autoriteit wordt het steeds lastiger om teamleden aan het werk te zetten.

Worden banden te persoonlijk, dan wordt het bovendien een stuk lastiger om knopen door te hakken op personeelgebied. Houd de juiste afstand om dit te voorkomen.

4. Leer om te gaan met stress en onzekerheid

Stress voelen is een inherent onderdeel van het manager-zijn. Het is in zekere zin dus pompen of verzuipen: je moet met stress (leren) omgaan. Je bent als manager eindverantwoordelijk voor de prestaties van je team, zelfs als de schuld eigenlijk elders ligt.

Je hebt als manager twee keuzes: jezelf laten verlammen door de stress of ermee omgaan.

Een belangrijk onderdeel van deze omgang is dat je moet accepteren dat je soms impopulaire keuzes moet maken en soms niet zeker weet hoe iets gaat uitpakken. Beide situaties gaan namelijk altijd voorkomen.

Er komen momenten dat je een impopulaire keuze moet maken, ondanks dat je het team bevriend wilt houden. Er komen ook momenten dat je in het diepe moet springen. Risico’s zijn er altijd, dus accepteer deze en omarm ze op de juiste momenten.

5. Wees kritisch op jezelf

Een goed leider heeft zelfkritiek en staat open voor kritiek van anderen. Een manager is doorgaans verder dan de teamleden, maar dit wil niet zeggen dat je als leider uitgeleerd bent. Het management is een nieuw vak dat je aan het begin onder de knie moet krijgen.

Ook als (nieuw) leider ga je door verschillende leerprocessen.

Door altijd kritisch op jezelf te zijn en jezelf zo objectief mogelijk te beoordelen, leer je sneller en maak je binnen korte tijd steeds minder fouten. Ga er nooit vanuit dat je altijd de juiste keuzes maakt, want zelfs de beste manager doet dit niet.

Juist door je open te stellen tot verbeteringen verbeter je je eigen vaardigheden ook daadwerkelijk.